Nieuwsbrief Januari 2013

Allereerst wil ik hier alle lezers een voorspoedig maar bovenal gezond 2013 toewensen.

Allerlei

De afgelopen maanden was het weer tijd voor het eerste deel van de diverse duivenbeurzen. De komende maand zullen er nog meerdere volgen. Daarnaast weer meerdere lezingen, fora en andere bijeenkomsten waar de nodige vragen werden gesteld. Veel vragen gingen over onderwerpen die al veelvuldig in nieuwsbrieven aan de orde kwamen. Zelfs recent nog. Maar er waren nog diverse liefhebbers die met vragen bleven zitten.
Ik zal enkele vragen de revue laten passeren.

Omega 3 olie. Wat is daar nu dan toch zo bijzonder aan?

Omega 3 olie is de laatste jaren niet meer uit de media weg te slaan. Maat toch is veel informatie niet volledig over de Omega 3. Omega drie verzuren behoren tot de zogenaamde meervoudig onverzadigde vetzuren. Ze zijn belangrijk onder andere bij de mens ter preventie van hart en vaatziekten. Maar daar wordt relatief weinig ruchtbaarheid aan gegeven omdat de farmaceutische industrie dan minder medicijnen kan verkopen. Immers ze kunnen die omega 3 vetzuren die onder andere in vette vis zitten niet patenteren. Dus wordt de waarheid hierover vanwege de commercie liever verdoezeld. Mensen die 500-1000 mg omega drie vetzuren slikken per dag zouden een 5 x geringere kans lopen op hart en vaatziekten bleek uit onderzoek.

Maar voor onze sport zijn twee andere zaken van veel groter belang. Namelijk de eigenschap van Omega 3 vetzuren om ontstekingsreacties af te remmen. Omega 6 vetzuren stimuleren juist de ontstekingen. Veel firma's verkopen de Omega vetzuren als Omega 3, 6 en 9. Met daarin juist meer Omega 6 en Omega 9 dan Omega 3. Doe Uzelf een plezier en koop die niet.

Het gaat om de Omega 3 vetzuren. Met name om EPA en DHA. Deze laatste zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van de hersencellen. Naarmate de opgroeiende hersenen over voldoende Omega 3 vetzuren beschikken kunnen deze meer en betere verbindingen aanleggen tussen de diverse hersencellen. Maar niet alleen dat ook de uitwisseling van de signaalstoffen tussen de hersencellen kan zo efficiënter verlopen. Dat laatste vertaalt zich in een betere ‘processor-werking' van de hersenen. En zoals we allemaal weten is een computer met een snellere processor tot meer prestaties in staat. Dat betekent dat door de betere werking van de hersencellen de duiven sneller zullen ‘schakelen'
en zich makkelijker zullen kunne oriënteren en dus als ze verder goede vliegeigenschappen hebben, noch sneller thuis zullen komen.
Mijn advies voor het kweekseizoen is daarom ook om te zorgen dat zowel in het ei als in de kropmelk voldoende Omega 3 vetzuren beschikbaar zijn. Daarbij is het van belang dat er minder Omega 6 dan Omega 3 beschikbaar is omdat bij gebrek aan Omega 3 de hersenen terug moeten vallen op hun tweede keuze en dat zijn de Omega 6 vetzuren. Dus Tijdens de kweek en de opfok zorgen voor een ruime voorziening Omega 3 vetzuren. In ons gamma wordt daarin voorzien middels de Kweekolie.

Paratyfus

De laatste maanden genoeg aan de orde geweest. Toch steeds de vraag wat de beste aanpak is.
Als er sprake is van een parayfus-uitbraak of een hok met een geschiedenis met paratyfus dan moet een gedegen aanpak gebaseerd zijn op drie peilers.
Ten eerste dient er te allen tijden voor gezorgd te worden dat de weerstand van de duiven geoptimaliseerd wordt. Laat met dit achterwege dan zal de paratyfus bacil die onder de duiven wijd verbreid voorkomt steeds opnieuw de kop op kunnen steken. De duiven zullen dan ook nooit tot optimale vluchtprestaties kunnen komen.
Daarnaast is het aan te raden om op hokken waar paratyfus voorkomt te vaccineren. Zoals bekend is de Colombovac entstof hiertegen niet meer beschikbaar. Zo lang er geen entstof beschikbaar is in Nederland mogen dierenartsen via de zgn. Cascaderegeling entstof uit andere Europese Unie landen gebruiken.
Tenslotte dient als er sprake is van een klinische uitbraak van paratyfus getracht te worden, middels een kuur die voldoende lang en voldoende hoog gedoseerd gegeven moet worden, de infectiedruk te verlagen om zo de klinische symptomen onder controle te krijgen. Een ieder die nog de illusie heeft middels het geven van antibiotica alleen deze problematiek de baas te kunnen worden wedt naar mijn oordeel op het verkeerde paard. Paratyfusproblematiek is alleen te overwinnen op de langere termijn middels een gecombineerde aanpak.

Trichomoniasis

‘Ik heb me altijd kunnen helpen met korte kuurtjes.'

Wat gruw ik van dat soort uitspraken. De mensen die dit doen en gedaan hebben, hebben mede op hun geweten dat de resistentieproblematiek onder de duiven met betrekking tot het Geel zo erg geworden is als deze nu is.In de jaren zestig voordat de imidazolverbindingen zoals Emtryl en Ridzol S in zwang kwamen was het veelal maar behelpen om het geel onder controle te houden. Deze medicijnen maakten het mogelijk de ernstige geelbesmettingen drastisch terug te dringen. Maar in de beginjaren van deze middelen was er nauwelijks aandacht voor de resistentie tegen deze middelen. Toen bleek dat dit begon op te treden moest de dosering omhoog. Daarmee werd het probleem vooruitgeschoven. Begin jaren negentig was een halve gram Ridsol S per liter water voldoende om de besmetting onder controle te brengen nu is het vijfvoudige nodig om dat doel nog enigszins te bereiken. We naderen de giftigheidgrens van deze middelen. Hoofdreden voor deze resistentie waren door de jaren heen de korte kuurtjes tegen het geel. Doordat te laag en te kort medicatie werd (en wordt) verstrekt bleven de sterkste geelparasieten over met als gevolg dat de ongevoeligheid voor de diverse medicijnen alleen maar toenam. Zodra de "R" in de maand komt heeft het geven van drinkwaterkuurtjes bitter weinig zin. Als men een groepskuur wil geven dient men het medicijn over het voer te verstrekken. Drinkwaterkuren zijn dan alleen nog maar verantwoord indien men de mogelijkheid heeft na afloop van de kuur controle te laten uitvoeren met betrekking tot de effectiviteit. Door de jaren heen is gebleken dat individuele behandeling veruit de voorkeur dient te genieten. Ook al is het veel bewerkelijker. De tijd dat men kan denken: "na mij de zondvloed" . moet beëindigd worden. Ook duivenliefhebbers moeten hun verantwoordelijkheid hierin willen nemen. De uitspraken dat men zich toch altijd goed heeft kunnen helpen met de korte kuurtjes zijn niet meer van deze tijd. Er is maar een zeer beperkt aantal middelen beschikbaar tegen het geel. En het ziet er vooralsnog niet naar uit dat er nieuwe moleculen tegen deze ziekteverwekker ontwikkeld worden. Sterker nog. Zoals ik heb vernomen heeft de nieuwe eigenaar van het middel Spartrix, nadat ze de Appertex al uit de handel hadden genomen, ook om commerciële redenen het middel Spartrix naar het verleden verwezen.


Concreet betekent dit dat het spectru7m aan middelen tegen het geel erg klein is geworden. Als dan ook nog met de dosering van de overblijvende middelen maar wat aangerommeld wordt, kan het niet lang uitblijven totdat de werkzaamheid tegen het geel van de resterende middelen te verwaarlozen is.
Neem daarom de moeite om in ieder geval als de duiven op eieren komen een goede en grondige kuur te geven tegen deze parasiet. En niet van : "ik geef wel een kuurtje van een dag of twee drie. Heb ik altijd zo gedaan"


Succes

Peter Boskamp