Nieuwsbrief december 2014

Natuurlijk of toch liever medicijnen?

In principe is bovenstaande vraag onjuist. Het geeft wel weer hoe er de afgelopen pakweg dertig jaar tegen de medische begeleiding in de duivensport wordt aangekeken. Het heeft er alle schijn van dat deze controverse kunstmatig in stand wordt gehouden om er voor te zorgen dat de liefhebbers vooral niet de goede kant op beginnen te kijken. Het zou niet moeten gaan over of medicijnen of een natuurlijke aanpak, maar over de synergie die te halen is door zowel het een als het ander te optimaliseren wat betreft de toepassing ervan.

Medicijnen

De begeleiding van de duivensport op medisch gebied houdt voor de meeste dierenartsen op bij het voorschrijven van medicamenten aan zieke duiven. Niets mis met het voorschrijven van medicamenten aan zieke duiven. Als dierenarts ben ik maar wat blij dat we de mogelijkheid (nog) hebben om antibiotica voor te kunnen schrijven als er ziekte uitbreekt op een duivenhok. Net zozeer als de brandweer blij is met bluswater als er een uitslaande brand dreigt. Maar net als bij brand zou ook in de diergeneeskunde niet volstaan moeten worden met het blussen van branden, maar zou er ook aandacht moeten zijn voor de brandpreventie. Zo moet er ook niet steeds met ladderwagens en ander groot materieel uitgerukt worden voor een prullenbak die in de brand staat. Wat bedoel ik hiermee?

Duiven zijn dragers van een heel scala aan bacteriën en ook andere potentiële ziekte verwekkers. Ik schrijf hier met nadruk potentiële ziekteverwekkers. Want lang niet alle duiven worden ziek door de aanwezigheid van Streptokokken, E. Coli, Proteus en ga zo maar door. We noemen deze bacteriën ook wel facultatief pathogene bacteriën. Dat zijn bacteriën die onder bepaalde optimale omstandigheden ziektes kunnen veroorzaken, maar dit bij duiven met een optimale gezondheid niet zullen doen.

Toch word ik regelmatig geconfronteerd met liefhebbers die op advies gekuurd hebben tegen E. Coli of Streptokokken, terwijl er geen sprake is van ziekte. De bacteriën werden dan slechts bij routine controles vastgesteld in de ontlasting. Het kost vaak veel tijd om liefhebbers er van te overtuigen dat dit volstrekt onzinnig is. Er zijn bijvoorbeeld een groot aantal verschillende stammen E. Coli. Vele honderden. Hiervan zijn er genoeg die helemaal niet ziekteverwekkend zijn en zelfs als nuttig beschouwd kunnen worden. Deze afdoden is dan ook volstrekt zinloos. Anders wordt het als bij sectie van een duif genoemde bacteriën in organen gevonden worden waar ze niet thuis horen. Dan is het een ander verhaal. In die gevallen kan men beter wel een antibiogram laten maken om te kijken welke medicatie het beste kan werken.

Het proberen af te doden van de bacteriën in de darmen doet me altijd denken aan die reclame van vroeger over dat middel dat aanbevolen werd met de slogan: ‘Doodt 99 % van de huishoudbacteriën’. Niet alleen was het de vraag of die gedood moesten worden, maar er werd een schijnveiligheid geschapen. Immers als van 100 bacteriën er eentje overblijft dan zal deze zich na ca 20 minuten vermenigvuldigd hebben (er wordt globaal er van uitgegaan dat een bacterie zich iedere 20 minuten deelt). Dat betekent dat we, ook weer heel globaal genomen, na dik 2 uur dan al weer op het oude niveau terug kunnen zijn.
Niet dat ik daarmee zeg dat desinfectie niet nuttig kan zijn. We moeten een en ander alleen in het juiste perspectief blijven zien en geen schijnwereld willen scheppen.

Hetzelfde geldt voor het gebruik van antibiotica. Als we deze inzetten om bacteriën die alleen onder gunstige omstandigheden tot ziekte zullen leiden dan scheppen we ook zo’n schijnveiligheid. Immers, door het gebruik van deze middelen als het totaal niet nodig is zal resulteren in het uitselecteren van de krachtigere exemplaren. Deze zullen als laatste ten prooi vallen aan de antibiotica. Voor de liefhebber zijn gevoel is hij goed bezig. Maar in werkelijkheid kan het zo zijn dat hij het probleem, dat er nog niet is, in de hand werkt. Verstandig gebruik van antibiotica is daarom meer dan gewenst.
We dienen er met zijn alle voor te zorgen dat we de juiste middelen kunnen inzetten wanneer het echt nodig is. Als al het water al verspild wordt door de brandweer aan onnozele brandjes, bestaat het risico dat er te weinig bluswater is als er werkelijk een uitslaande brand is.
Daarom dient het behandelen van zieke duiven als vertrekpunt gezien te worden en niet als eindpunt.

Afweer en natuurlijke aanpak

Nu weet ik wel dat Bill Clinton ooit zei: ‘It’s the economy, stupid!’,maar in de gezondheidszorg zou eigenlijk moeten gelden: ‘It’s the immunity,stupid!’. Want dat is de crux waar het om draait. Als de afweer van mens en dier optimaal is dan is de kans dat er ziekten uitbreken al een stuk geringer. In analogie met brand, als er brandwerende materialen gebruikt worden, dan zal een brand zich minder snel kunnen verspreiden. Dat geeft gelijk aan dat het verhogen van de weerstand alleen natuurlijk ook niet zaligmakend is. Als er een vuurstorm raast dan kun je nog zo veel preventieve maatregelen nemen. De zaak zal dan toch in de hens gaan.

Het verminderen van het gebruik van medicijnen zal er toe leiden dat de zwakkere broeders eerder zullen opvallen. We houden ze immers niet aan de praat met medicijnen. Daardoor is een betere selectie mogelijk wat uiteindelijk zal resulteren in een gezondere duivenkolonie. Wat we de afgelopen 40 jaar gezien hebben is dat de duiven steeds afhankelijker geworden zijn van medicatie om gezond te blijven. Zou het niet zo kunnen zijn dat het er op lijkt dat we steeds meer nieuwe ziekten onder de duiven zien? Hebben we ons met onze aanpak niet gedeeltelijk in onze eigen voet geschoten.

De praktijk leert overduidelijk dat liefhebbers, die het overmatig gebruik van antibiotica al langere tijd afzweren en hun kaarten vooral op de preventie hebben gezet, niet alleen een betere conditie bij hun duiven kunnen vaststellen, maar ook een verminderde gevoeligheid voor ziekten waar ze eerder regelmatig tegen moesten kuren. Het is wel een illusie te veronderstellen dat dit binnen een maand of zo te bereiken is. Vaak genoeg nemen mensen contact met me op vlak voor het nieuwe speelseizoen om te informeren naar de mogelijkheden meer aan preventieve maatregelen te gaan doen. ‘Ik wil die natuurlijke aanpak ook wel eens proberen’. Ik weet dan al snel dat dit een zinloze exercitie is. De liefhebber in kwestie verwacht een soort van wonder uit een potje. Dat zal niet gaan lukken. Een preventieve aanpak vereist een andere kijk op de verzorging van de duiven.

Wij zijn gelukkig niet meer de enige firma die zich sterk wil maken om te wijzen op een meer preventieve aanpak en op het versterken van de afweer om zo de afhankelijkheid van antibiotica terug te helpen dringen. In Velserbroek is een firma die ook lof verdiend voor de ondersteuning van de natuurlijke aanpak van de duivensport.

Waar het in de duivensport om gaat is dat we de focus verleggen van de ‘brandje blus-aanpak’ , naar het nemen van brandpreventie maatregelen. Alleen op die manier kunnen we de duivensport een dienst bewijzen en de duivensport minder afhankelijk maken van het medicijngebruik. Op die manier kunnen we weer beter geen selecteren onder de duiven waardoor we sterkere duiven overhouden die niet aan de praat gehouden moeten worden met medicijnen. En waarschijnlijk maken we de duiven minder gevoelig voor allerhande ‘nieuwe’ infecties, die steeds de kop op lijken te steken.

Speciale aandacht verdient ook de preventieve aanpak middels vaccinaties. Ondanks de uitspraken van sommige collega’s die zich ogenschijnlijk met hand en tand verzetten tegen het gebruik van vaccins, leert de praktijk dat er diverse vaccins zijn die een sterke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van het uitbreken van ziekten die, met name jonge duiven, kunnen parten spelen. Ook hierdoor blijft er in het jonge duivenlijf meer energie over die in de ontwikkeling van het lichaam en de vorm gestoken kan worden.

Sportbeleiding

De duivensport heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. Wil men op de wedvluchten nog meedraaien dan mag er niets aan het toeval worden overgelaten. Toch houdt dit niet in dat men met de medicijnpot moet gaan lopen zwaaien. Een goede sportbegeleiding moet bestaan uit een goede selectie in het najaar, een optimale verzorging tijdens de rui, het grondig controleren van de gezondheid ruim voor het duivenseizoen begint en het ondersteunen van de natuurlijke weerstand. Als men aan deze voorwaarden heeft voldaan, dan mag men effect verwachten van ondersteunende supplementen tijdens de vluchten. De laatste zeven jaar houden we ons intensief bezig met de verbetering van de vorm en het uithoudingsvermogen van de duiven op wedvluchten. Doping is daarbij, vanzelfsprekend, uit den boze. Niet alleen ben ik een sterke tegenstander van het gebruik van doping bij duiven, het blijkt ook helemaal niet nodig te zijn, gelet op de resultaten, lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal die behaald kunnen worden door een optimale ondersteuning van de weerstand enerzijds, nadat eventuele ziekten ruim voor het seizoen zijn aangepakt zoals het hoort.
Als aan deze voorwaarden is voldaan kan er met, eveneens natuurlijke middelen,
nog veel winst worden behaald op de wedvluchten. Die laatste groep producten schaar ik onder de noemer sport begeleiding.

Drie G’s

Zoals gezegd dienen de duiven voor het seizoen al vrij te zijn van ziekten, dient de weerstand optimaal te zijn. Pas dan heeft het gebruik van sportbegeleidingsproducten zijn waarde. Maar als aan de drie G’s niet is voldaan dan heeft bovenstaande allemaal helemaal geen nut. De drie G’s zijn Goede liefhebber, Goede duiven en een Goed hok . Het gebruik van welke middelen dan ook heeft geen zin als er geen goede selectie plaatst vindt en de verluchting op het hok sub-optimaal is. Het is de Goede liefhebber die daar zorg voor moet dragen als eerste vereiste.


Succes,

Peter Boskamp

Extra's menu

like us facebookA-copy

Bony Farma Totaal 200x200.jpg

Wist U dat...

....vaccineren tegen paratyfus alleen zin heeft indien met een goed plan van aanpak maakt. D.w.z. minstens twee maal per jaar vaccineren. De eerste keer bij voorkeur twee maal met een tussentijd van drie weken.